Summerschool 2009
Bisschop Van den Hende gaf dit jaar voor de derde maal een Summerschool aan de jongeren van zijn bisdom cadeau. Deze school, die van woensdagavond 22 juli tot zondagochtend 26 juli plaatsvond op het seminarie Bovendonk, is erop gericht om jongeren dieper in te leiden in het geloof. Dit gaat via gezamenlijke Eucharistieviering en gebed, lesblokken, meer persoonlijke gesprekken, ervarings¬verhalen van gelovigen, en het samenzijn tijdens het eten, de afwas, enzovoort.
Op woensdagavond begon de Summerschool; de meesten kenden elkaar al. Na de ontvangst begonnen we meteen serieus in de kapel met een gedeelte over ‘Ik geloof’, waarop we het doel van de Summerschool te horen kregen. De nadruk lag op de persoonlijke beleving van het geloof, die tot uitdrukking komt in het begin van de belijdenis: ‘Ik geloof’. Ook hoorden wij dat het Latijnse woord voor ‘geloven’, credere, is afgeleid van cor dare, ‘je hart geven’.
We werden uitgenodigd om voor onszelf op te schrijven, wat wij geloofden. Vervolgens liepen we naar de kerk voor het avondgebed, met een terugblik op de dag, een psalm en lezing, een lied, een lange stilte, gebed en zegen, en een slotlied. De vrije tijd die overbleef, brachten we door rond chips, wijn en tafelgesprek.
Elke dag werd begonnen met morgengebed en ontbijt, dat altijd weer gezellig was (gezelligheid en ernst versterken elkaar namelijk wederzijds). De eerste dag was gewijd aan het eerste artikel van de belijdenis, over God de Vader; het lesblok werd verzorgd door de bisschop zelf. De samenvatting werd later gegeven als: ‘Vrees niet, God sluit geen verbond met lieveheersbeestjes en we stammen niet af van de hunebedden’, maar de les zelf was samenhangender. De bisschop had het over geloven in het bestaan van God, vertrouwen op God en jezelf toevertrouwen aan God (cor dare). Ook ging het over de evolutietheorie, die in grote lijnen verenigbaar is met het katholieke geloof; ze kan alleen geen antwoord geven op de vraag naar de oorsprong van de schepping en de oorsprong van de mens. De les werd afgesloten met een bespreking van het verschil tussen de mens, die God vrijwillig kunnen liefhebben en met wie God een verbond heeft gesloten. Hierin onderscheidt de mens zich van de andere wezens.
De bisschop ging voor in de Eucharistieviering. Hij bleef ook tijdens de lunch en gaf een interessante rondleiding door het gebouw. Vervolgens nam hij afscheid en besprak Marc het lied ‘Heer, U bent mijn leven’, waarbij wij stilstonden bij wat ons het meeste en het minste aansprak. Herman Emmen kwam langs voor het ervaringsverhaal. Hij vertelde wat hij voelde bij het geloof en bij de Kerk, hoe het soms bij dagelijkse dingen ter sprake kon komen. Soms had hij wat moeite met ‘het instituut’ vanwege dogma’s die verouderd leken, maar daartegenover stond dat de Kerk de Eucharistie uitreikte, waarvan hij vast geloofde dat het het Lichaam van Jezus was.
De avondmaaltijden werden verzorgd door Anton en voor het avondprogramma had het organisatieteam een graffitispuiter uitgenodigd, die ons een snelcursus ging geven. Het was heel leuk om te doen, en de meest uiteenlopende kunstwerken kwamen tevoorschijn: ‘Credo’, ‘Change’, een hart met een kruis, twee handen, enz.
Bij het avondgebed werden wij vergezeld door pastoor Daggevoorde, die de volgende dag het lesblok zou doen over Jezus. Waarschijnlijk werd hij uit zijn evenwicht gebracht door de snelle stemmings¬wisselingen tussen avondgebed, avondgesprek, ochtendgebed en ontbijtgesprek, want tijdens de les verwees hij af en toe naar de gekste dingen, zoals watervogels.
Niettemin zat de les wel vol inhoud. Het was duidelijk dat de pastoor geloofde dat Jezus Christus was wie de geloofsbelijdenis zegt dat Hij is: ‘God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God’. De naam Jezus betekent dan ook: ‘God redt’. Verder ging het over de maagdelijke geboorte, waarvan de pastoor de geestelijke betekenis liet zien, en het lijden en sterven van de volmaakt rechtvaardige Jezus – maar daarna ook Zijn verrijzenis en hemelvaart, en het laatste oordeel. Pastoor Daggevoorde vond het eerder een troostende dan een beangstigende gedachte dat Jezus uiteindelijk alles zou oordelen.
We kregen een gedeelte van de Catechismus mee om thuis te lezen.
’s Middags, tijdens het ‘Ik geloof’-deel, kregen we twee stukken tekst te lezen, van Frère Roger van Taizé en van een Jodin tijdens de Tweede Wereldoorlog, Etty Hillesum. We mochten daar zelf over nadenken en er een persoonlijk antwoord op geven. Het ervaringsdeel was minder persoonlijk; pastoor Brenninkmeijer kwam vertellen over iconen, waar hij een passie voor had; hij was priester in de Byzantijnse rite en maakte zelf ook iconen. Hij wist ons veel te vertellen over de subtiele details in de oosterse schilderkunst: het onder- en opperkleed van Jezus, die wezen op de goddelijke en menselijke natuur; het handgebaar van Jezus, met twee opgeheven vingers en de andere drie bij elkaar, die wijzen op de twee naturen van het Vleesgeworden Woord en de Drie-eenheid; de aanwezigheid van bergen en grotten, hoogten en diepten, plaatsen van afdaling en opgang.
Na een heerlijke pannenkoekenmaaltijd maakten we een wandeltocht, ‘met Jezus als leidsman’, zoals het heette. Langs de route waren enveloppen aangebracht met bijbelteksten daarin, die wij moesten koppelen aan aanwijzingen op een meegebracht papier. Het was een leuke en gezellige tocht; dat het weer niet meewerkte, mocht de pret niet drukken.
Zaterdag werd het lesblok verzorgd door vicaris-generaal Schoenmakers. Hij sprak over de Heilige Geest in het allervroegste begin van de Kerk, namelijk Pinksteren. De Geest zorgt ervoor, dat de leerlingen van Jezus voor iedereen verstaanbaar zijn; door hen worden de meest uiteenlopende volkeren met elkaar verbonden. De christelijke overtuiging over wie de Heilige Geest is, is vastgelegd op de Synode van Constantinopel. De Geest is ten nauwste verbonden met ‘de heilige katholieke Kerk’, die volgens de paus ‘met vuile handen het goddelijke aanreikt’ en die universeel is. De Kerk is de gemeenschap der heiligen, zowel als de gemeenschap van de heilige dingen (de Sacramenten). Ook de vergeving van de zonden – al het opgestapelde kwaad – en de verrijzenis van het lichaam kwamen aan bod.
Voor het ervaringsverhaal kwam de bisschop zelf langs. Hij had het over het Vormsel – enkelen zouden dat graag over willen doen – en over zijn eigen Wijding. Hij getuigde ook van de kracht en inspiratie die hij nodig had van de Heilige Geest. We kregen een gebed tot de Heilige Geest mee, dat voor Pinksteren gebeden werd, met het telkens herhaalde verzoek ‘Kom Heilige Geest, bevestig wat Gij in ons begonnen zijt’. Ook stonden we stil bij een lied, dat we ’s ochtends gehoord hadden: Veni Sancte Spiritus, ‘Kom, o Geest des Heren, kom’.
’s Avonds maakte Anton pasta klaar; aldus versterkt konden we het Vaticaan gaan veroveren. Het was een ganzenbordspel dat op het avondprogramma stond, waarbij drie groepen de paus moesten terug¬winnen van de atheïsten die hem gevangen hielden. Vragen moesten juist worden beantwoord, zodat het spel ook nog informatief was. Na het spel was het laatste avondgebed.
De zondagochtend stond in het teken van ‘Amen’. De bisschop vertelde dat dit zoiets betekende als: zo is het, inderdaad. Het was een woord dat diepe instemming uitdrukte. Het is even persoonlijk als het ‘Ik geloof’, dat zelf weer teruggaat op cor dare, ‘je hart geven’.
Het was een mooie, gezellige en zeker ook leerzame Summerschool geweest. Als deelnemers hebben we zowel elkaar als God beter leren kennen, samen wandelend, luisterend of vierend.
Voor foto’s van vorig jaar klik je hier.
