Banner

‘Een brede glimlach van God’

Europese Ontmoeting afgesloten met indrukwekkende viering

1 januari 2011 door onze redactie

De Europese Ontmoeting van Taizé zit erop. Na een laatste ochtendgebed in hun gastkerk zijn de deelnemers inmiddels weer op weg naar huis. Dat bracht gisteren (de laatste dag met een volledig programma) in Rotterdam al de nodige melancholiek met zich mee. Nog één keer doet Irene Versnel verslag vanuit 'haar loket' en maakt een geweldig mooie slotviering mee.

Rotterdam, 31 december 2010

Het is overduidelijk de laatste dag. Gezeten in het loket begint de workshopgroep een schoonmaakactie. Dat zou niet veel werk moeten zijn, gezien de afmetingen van het hokje: ik zit rug aan rug met een 'workshopgroeper' en zij zitten met z’n vieren aan een tafel. Er staat ook nog een grote kast in, daar zit een andere workshopgroeper tegenaan. En daarmee is het hokje stampvol.

Troep
Opruimen zou dus een klein kunstje moeten zijn, zou je zeggen. Maar dat is het niet. In de paar dagen dat we er gezeten hebben, zagen we kans er een opslagruimte van te maken. Er ligt van alles: megafoons, vuilniszakken, dozen met folders, stroopwafels, appels (twee met een hap eruit), een microfoon met een briefje eraan, papieren (van wie, eigenlijk?), stiften (niet nodig gehad), weekendtassen, slaapmatjes – en dat is nog maar een deel van wat er rondslingert. En dat moet nu allemaal weg, want het zit erop. De workshopgroep beseft dat en gaat voortvarend aan de slag. Dat moet ik dan ook maar gaan doen, bedenk ik me. Het werkt aanstekelijk.

Tas
Me bewust van alles wat ik oppak, begin ik met opruimen. Voor het laatst, voor het laatst, zoemt het in m’n hoofd. Wat een vreemde gedachte. Ik pak m’n tas en stop mijn spullen erin. Dat klinkt gemakkelijker dan het is, want het lukt niet om alles erin te krijgen: m’n tas is gekrompen, of m’n spullen gegroeid, ofzo. Verbaasd tuur ik naar m’n tas. Daar zitten allemaal dingen in die helemaal niet van mij zijn. Het is mijn tas ook niet, trouwens. Ik ben gewoon die van iemand anders aan het volproppen.

Dag, loket...
Als ik dan eindelijk mijn eigen spullen in mijn eigen tas gedaan heb, ga ik nog even in m’n loket zitten. De drommen jongeren trekken er nog altijd aan voorbij. Zouden het steeds dezelfde zijn, of elke keer nieuwe? En waar gaan ze heen? Wat hebben ze ervaren? Ik neem het nog een keer goed in me op. Dit wil ik op m’n netvlies branden. Stil staar ik naar de massa.

Betrapt
En dan gaat het snel: de laatste viering van Taizé Rotterdam 2010 gaat bijna beginnen. Met z’n allen lopen we naar de hal waar we samen de viering mee zullen maken. We vinden een mooie plek, in een vak schuin achter dat van de broeders, aan een gangpad. Een jongen loopt rond om de kaarsjes uit te delen. Ik mag er twee: een voor mijn eigen gebeden, en een voor een fotograaf die voor Taizé aan het werk is en ‘m zelf niet kan branden. Ik begin aan een sms voor m’n vriendin en krijg meteen een vrijwilliger op m’n dak: ‘Don’t do that!’, zegt ze streng. Ze heeft gelijk.

Kaarsjes
De viering is prachtig. Wat zijn de gebeden mooi, wat zingt het heerlijk met al die mensen, wat is de stilte intens. Een mooi gebed klinkt: ‘Sviaty Boze, Sviaty Kriepki’. M’n uitspraak lijkt nergens op, daar zal Hierboven niks van begrepen worden, en dat vind ik dan wel weer een grappige gedachte. Maar mooi is het wel. De broeders komen de eerste kaarsjes aansteken. Zo gaat het licht van voor naar achter de hele hal door. Broeder Alois (de prior van Taizé, red.) loopt op mij af en steekt mijn kaars met de zijne aan. Ontroerd kijk ik hem even in de ogen. Herkenning, een knikje, en weg is hij weer. Het licht blijft achter. Ik draai me om en geef het vlammetje door aan iemand anders. Prachtig…

Slotlied
Ik wil niet dat het zingen gestopt is als ik wegga uit de hal. Ik vind het mooier om de zingende mensen achter me te laten. Bij het een-na-laatste lied sta ik op, net als vele anderen, en loop alvast naar de uitgang. Ik krijg volgers: de mensen met wie ik de afgelopen dagen optrok, gaan met me mee. Als ik bijna bij de uitgang ben, wacht ik toch nog heel even. Even het laatste lied mee inzetten, ik kan het niet laten. Ik schiet vol als een van de mooiste liederen wordt ingezet: ‘Let all who are thirsty come’. Twee coupletten meezingen, dan ga ik weg. Ik laat de zang achter me, rustig genietend door de massa die er toch ook alweer is in de hal van Ahoy.

Tranen
En dan is het voorbij. M’n volgers (of volgde ik hen?) en ik nemen afscheid. Met tranen natuurlijk. En tuiten. Waar die uitdrukking toch vandaan komt?!, vraag ik me nog even snel af voordat ik zelf ook volschiet.

Brede glimlach
De Europese Jongerenontmoeting 2010 is afgelopen. Wat een waardeloze gedachte. Maar wat een mooie dingen blijven er achter. Prachtige ontmoetingen, drommen mooie mensen, en, dat kan niet anders, een brede glimlach van God zelf.

Daar mogen we het mee doen.

Deze blog is een vervolg op 'Over een (fictieve) wisseltruc en een wonderbaarlijke vermenigvuldiging'.