Door pastor Anton ten Klooster
Het lijkt soms een samenraapsel van gebeden, lezingen en liederen… toch heeft iedere heilige Mis dezelfde opzet. En die is niet van gisteren! Wat staat waar – en waarom?
Even een quizvraag om te beginnen dan: wanneer was de allereerste Mis? Antwoord: rond het jaar 33! Toen Jezus het laatste avondmaal vierde met zijn vrienden zei Hij: “blijft dit doen om mij te gedenken.” Iedere keer dat we Eucharistie vieren, geven we gehoor aan die oproep van Jezus.
Voorbereiden
Het is bijzonder om Eucharistie te vieren. Daarom willen we goed voorbereid aan de tafel van de Heer verschijnen. De viering begint met het kruisteken: we zijn bij elkaar in Gods naam. Na een woord van welkom is dan de schuldbelijdenis. Wanneer je naar een feest gaat zorg je dat je tanden gepoetst zijn en je haar goed zit. Nu mogen we aanschuiven bij Jezus zelf, en dan is het belangrijk dat niet alleen je haar maar vooral ook je hart goed zit. We vragen God om vergeving en om nieuwe kansen. Dan kunnen we goed Eucharistie vieren. En we zingen dus meteen “Eer aan God in den hoge.” De woorden van die lofzang zijn al een eeuw of 18 oud! Alle gedachten en ideeën van die dag komen vervolgens samen in het openingsgebed dat de priester bidt.
Gods woord
In de Mis ontvangen we Jezus op twee manieren: met ons oor en ons hart horen we Zijn Woord, en vervolgens ontvangen we met de mond Zijn Lichaam. De woorden komen eerst. Elke dag heeft zijn eigen teksten, die je terug kunt vinden in een speciaal lectionarium. Daar wordt soms het nodige mee geschoven maar één ding zul je altijd horen, namelijk het Evangelie waarin de verhalen van Jezus staan. In de preek legt de priester (hopelijk) uit wat jij in je leven nou precies hebt aan deze verhalen. En ons antwoord daarop mag zijn: “Ik geloof!”- de eerste woorden van de geloofsbelijdenis.
Aanbieden
Na de woorden volgen de daden. Eerst van de gemeenschap die God het nodige aanbiedt: de gebeden voor de kerk en de wereld, en hun eigen geschenken in de collecte. Maar het mooiste geeft God zelf. Weer opnieuw zijn daar brood en wijn. De priester spreekt namens Jezus weer opnieuw die woorden: “Dit is mijn Lichaam – Dit is mijn Bloed.” Opnieuw is Jezus bij Zijn leerlingen, geeft Hij zich helemaal. Dat is de kern van het Eucharistisch gebed. Andere dingen die daarin altijd voorkomen zijn de dank aan God, het gebed voor paus en bisschoppen, vragen om eeuwige rust voor de overledenen en het aanroepen van alle heiligen. Alle teksten daarvoor staan in een speciaal boek: het Altaarmissaal, een groot rood boek met gekleurde linten.
Ontvangen
Het belangrijkste komt dan nog: het ontvangen van de heilige Communie. De priester of zijn assistent laat de hostie zien en zegt: “Lichaam van Christus.” Echt? Jazeker, “amen!” Nu is er de tijd om even alleen te zijn met Hem. Hij is bij je, als een vriend. Mooier wordt het niet, dus na de Communie volgt het slotgebed en de zegen. We mogen er op uit, de wereld in om te getuigen van Zijn liefde!
Meer lezen? In de encyclopedie van Katholiek Nederland staat een nog uitgebreider artikel!